lourdes.jpg

Lourdes

Lourdes

Jarenlang bedelde de Oostenrijkse regisseur Jessica Hausner bij de autoriteiten van het Franse Lourdes, waar ze graag op locatie een speelfilm wilde maken. ‘s Werelds beroemdste bedevaartsplaats had echter geen zin in pottenkijkers, bang als men was dat het katholicisme belachelijk gemaakt zou worden. Maar gelukkig: de aanhouder wint. Uiteindelijk mocht Hausner toch filmen en dat leverde LOURDES op - een wonderlijke mix van drama, komedie en semi-documentaire.
In LOURDES zien we hoe een groepje zieken op bedevaart is in de beroemdste stad van de Pyreneeën, die na Parijs de meeste hotelbedden van Frankrijk telt. Eén van hen is de jonge vrouw Christine (Sylvie Testud), die door multiple sclerose gekluisterd is aan haar rolstoel. Echt gelovig is Christine niet, maar zij ziet dit soort bedevaarten als een mooie manier om haar dagelijkse sleur te doorbreken. Zij kent sommige begeleiders - heilsoldaten en jonge nonnen - al van eerdere reizen. Elke zieke die Lourdes bezoekt hoopt natuurlijk op een wonderbaarlijke genezing. Zelfs Christine. Wanneer zij inderdaad lijkt te genezen komt er een bijzondere machinerie op gang, want in Lourdes is een wonder pas een wonder als het officieel erkend wordt.
LOURDES doet bij vlagen denken aan het absurde werk van de Zweed Roy Andersson of ‘onze’ Alex van Warmerdam, vooral door het gebruik van vaste camera’s die een soort tableaux vivants opleveren. In Lourdes hebben ze intussen ongetwijfeld spijt dat ze hun fiat hebben gegeven aan Hausner. Want je hoeft geen goed verstaander te zijn om in haar subtiel-grappige film een vileine aanklacht te zien tegen de excessen van het katholieke geloof.