12 Years a slave icon_trailer.png

Direct na de première op het filmfestival van Toronto haalde het alle media: ‘12 YEARS A SLAVE is dé film van het jaar’. Aldus critici, publiek en vakjury’s, die de derde speelfilm van de Britse regisseur/kunstenaar Steve McQueen (HUNGER, SHAME) gezamenlijk omarmden. In maart won hij drie Oscars – waaronder die voor beste film en voor beste vrouwelijke bijrol (Lupita Nyong’o).

Al tijdens het maken van SHAME was McQueen bezig met research voor een verhaal waarin hij voor eens en altijd de misstanden van de slavernij wilde aankaarten. Dus niet op zijn Hollywoods, zoals Steven Spielberg eerder deed in AMISTAD. Uiteindelijk bracht zijn partner, NRC-journaliste Bianca Stigter, hem op het idee om de autobiografie ‘Twelve years a slave’ te verfilmen. In dit boek uit 1853 beschrijft Solomon Northup zijn ongelofelijke levensverhaal: hoe hij in 1841 als eervol timmerman en muzikant zomaar werd gekidnapt in Washington DC, verkocht werd en vervolgens twaalf jaar lang in de zuidelijke staat Louisiana als slaaf moest werken op verschillende katoenplantages – een periode vol ontberingen en vernederingen.

In de film wordt Northup neergezet door Chiwetel Ejiofor (DIRTY PRETTY THINGS, CHILDREN OF MEN), die de rol van zijn leven speelt. Zijn belangrijkste tegenspeler is McQueens muze Michael Fassbender – dit keer als de even harde als gelovige plantage-eigenaar Edwin Epps, die zijn geweten sust met de Bijbel. En in een bijrol zien we Brad Pitt als blanke timmerman, die samen met Northup een tuinhuis timmert voor Epps.

Qua thema sluit 12 YEARS A SLAVE opvallend goed aan bij andere recente drama’s, zoals THE BUTLER en de succesvolle MANDELA-biopic. Qua uitwerking komt de film meer in de buurt van Quentin Tarantino’s slavernij-epos DJANGO UNCHAINED, want ook McQueen schuwt het geweld niet. Anders dan bij Tarantino is het resultaat echter niet cartoonesk, maar verpletterend en onontkoombaar.