hunger.jpg

Hunger

Hunger icon_trailer.png

Bij de première in Cannes liet HUNGER de toeschouwers perplex achter: het debuut van de Brit Steve McQueen kwam er aan als de spreekwoordelijke mokerslag. De beeldend kunstenaar toont in zijn film het waargebeurde verhaal van de hongerstakende IRA-leden in het Noord-Ierland van begin jaren tachtig. Dat doet hij zó intens dat HUNGER bijna fysiek pijn doet.
Eerst zet McQueen ons als kijker op het verkeerde been. We volgen aanvankelijk een bewaker van de beruchte Maze-gevangenis, waar IRA-leden destijds onder erbarmelijke omstandigheden werden opgesloten. En we volgen het wel en wee van twee schijnbaar willekeurige gevangenen. Na een opstand die hardhandig wordt neergeslagen gaan de gevangenen in hongerstaking. Dan verlegt McQueen zijn focus naar Bobby Sands (Michael Fassbinder), één van de IRA-leden die de hongerstaking met de dood zou bekopen. Zijn beweegredenen worden dankzij de film haarfijn duidelijk. Maar wat ook blijft hangen zijn de opeenvolgende sequenties waarin we Sands’ aftakeling zien: van gezonde man tot een uitgemergelde patiënt met doorligplekken en andere klachten.
‘Wil ik dat wel zien?’, zult u zich nu misschien afvragen. Jazeker, durven wij te antwoorden. McQueen maakte namelijk één van de opvallendste films van het afgelopen jaar. Of zoals de Volkskrant het verwoordde: ‘Geen dorre geschiedenisles, maar juist zo actueel als maar kan. De onmiskenbare parallellen met Abu Ghraib en Guantánamo Bay maken HUNGER tot een onontkoombare kijkervaring.’



NB: de voorstellingen op vrijdag 16 en maandag 19 januari worden kort ingeleid door een medewerker van de werkgroep Amnesty International Gouda. Zie voor meer info pagina 4 van het boekje.